• Artikelen
    …
* geeft een verplicht veld aan

Artikelen

Zichtlijnen MEI 2025 I  TEKST: RENEE STEENBERGEN 

Op het podium in real time de voorstelling voor de ogen van het publiek produceren

EEN  INTERVIEW MET DE LICHTTECHNICUS EN DE TECHNISCH PRODUCENT

Complex schimmenspel in productie van Hotel Modern

Het schaduwtheater is al eeuwenoud, maar wordt door het Rotterdamse theatergezelschap Hotel Modern in hun huidige voorstelling opnieuw uitgevonden. Dat bleek technisch lastiger te realiseren dan gedacht.  

Op net podium staan drie tafels met daarop zelf geknutselde poppetjes en miniatuurbomen en -gebouwtjes. Voor elke tafel staan twee lampen die de silhouetten van de voorwerpen op tafel projecteren op het witte achterdoek werpen.  Schaduwspel -het is zo oud als het theater zelf. Simpel, zou je denken. Maar dat is een grove onderschatting: “De schimmen op het doek moeten scherpe contouren hebben en geheel zwart zijn.  En dat lukte niet met standaard lampen”, zo vertelt lichttechnicus Pablo Strörmann, die vaste technicus bij Hotel  Modern is.

Het Rotterdamse gezelschap staat bekend om zijn voorstellingen met maquettes die op het podium door acteur bespeeld worden met tientallen miniatuur-personages. De scenes worden live met camera’s gefilmd en levensgroot op doeken geprojecteerd, terwijl ze begeleid worden door muziek.  Het trok en trekt veel publiciteit en bezoekers met de voorstelling Kamp, waarin het leven in een concentratiekamp wordt uitgebeeld.

In hun nieuwe productie De Val van Granada proberen Pauline Kalker, Arlene Hoornweg en Herman Helle een andere vorm uit: schaduwtheater.  In samenwerking met schrijver Abdelkader Benali ontwikkelden zij een beeldende vertelling over het einde van de zogenoemde ‘Moorse’ periode op het lberisch Schiereiland.  Na zeven eeuwen van bloei werden vanaf 1492 moslims en joden verjaagd en vervolgd.  Dat was allereerst een religieus ingegeven besluit van het katholieke Spaanse vorstenhuis, in de tijd dat de Inquisitie op zijn hoogtepunt was.

lMPROVISEREN OP HET PODIUM

Het schimmenspel sluit als vorm goed aan bij deze duistere periode, waarin mensen die eeuwenlang vreedzaam hadden samengewoond zich nu verborgen moesten houden of als een dief in de nacht op de vlucht sloegen.

Het stuk opent onschuldig: Benali, die optreedt als verteller, haalt herinneringen op aan de zomervakanties die hij als kind doorbracht in  Marokko,  het land van herkomst van zijn ouders. Zijn oom vermaakt hem met het vertellen van verhalen over de gouden tijd van voorvader Boabdil, de laatste heerser van het emiraat Granada in de 15de eeuw.  Het beroemde Alhambra, zijn paleis met z’n tuinen en waterpartijen, moest hij daar achterlaten. Het opengewerkte silhouet ervan verschijnt op net achterdoek, terwijl op het zijdoek de schaduw van een ijverige mier aan een lessenaar – een poppetje dat op een van de tafels door Benali in beweging wordt gebracht -de gebeurtenissen beschrijft.  Hij verhaalt over een christenmeisje dat houtskool verkoopt op de markt in de stad -ze wordt uit gebeeld door een van de acteurs, met een masker en rode schoentjes.  Het meisje gaat trouwen, maar haar wordt voorspeld dat die mooiste dag van haar leven, in  1492, tegelijk ook de verschrikkelijkste zal zijn.

Andere figuren ontstaan ter plekke, gemaakt uit klei: een vogel vliegt over het scherm en gesjirp klinkt op.  Muzikant Chris Saris produceert live alle geluiden vanachter zijn drumstel;  niets is voorgeprogrammeerd.  Benali vertelt over de grote astronoom en uitvinder Abbas ibn Firnas uit Granada die probeerde zelf te vliegen, drie eeuwen voordat Leonardo da Vinci een vliegmachine ontwierp. De bibliotheek van Granada wordt geroemd. Deze bevatte die tal van wetenschappelijke studies, literatuur en poëzie uit de Arabische en Andalusische wereld –  allemaal vernietigd door de katholieke veroveraars.

Een nieuw beeld verschijnt op net doek: de daken van Granada met daarop waslijnen waaraan kleding in de wind beweegt -de acteurs blazen tegen de miniatuur kleertjes op de tafels voor het scherm. Het verhaal wordt grimmiger, de lnquisitie valt huizen van joden en moslims binnen en pakt hen op. Ze moeten een geel merkteken op hun kleding dragen. Velen worden gedeporteerd, een diaspora naar Noord-Afrika volgt, anderen krijgen de doodstraf. Het verhaal eindigt met de vraag: wat is thuis?

Benali vertelt over zijn vader, die in Rotterdam een moestuin heeft en daar zelfs vijgen oogst – een vrucht die zijn oorsprong heeft in Zuid-Europa, ook in Andalusië.

LICHT OP MAAT

Met lichttechnicus Pablo Strörmann bekijk ik na de voorstelling de lampen die speciaal voor deze productie zijn ontworpen om het gewenste effect te bereiken.  Het leek eenvoudig: met een lamp schaduwen van voorwerpen vergroot projecteren op net achterdoek.  Het schaduw theater is al eeuwenoud, de Indonesische wajang wordt uitgevoerd met olielampen als lichtbron.  Maar daarbij kunnen de poppen waarvan de silhouetten worden geprojecteerd op doek, niet meer dan 30 centimeter van het doek vandaan gehouden worden.

Als zoiets gerealiseerd moet worden op een afstand van 70 tot 90 centimeter, worden de contouren onscherp. Er bleken geen kant-en-klare lampen te bestaan die een scherp silhouet gaven. Pablo (1981 ), die nu vijf jaar vaste lichtman is bij Hotel Modern, experimenteerde met Iphone-lampjes, maar ook die gaven niet het gewenste effect. “Ik ben gewend dat werken met dit gezelschap veeleisend is, omdat met techniek wordt gewerkt waarbij de details er heel erg toe doen.  Het is niet ongebruikelijk om voorafgaand aan elke voorstelling tot drie uur lang alle lichtstanden door te nemen, in samenhang met de videocamera’s die live de productie registreren. Iedere zaal is anders, dus die aanpassingen van het licht moeten op elke locatie opnieuw ingesteld worden.”

Ook in De Val van Granada ontstaat het toneelbeeld live op net podium,  maar niet eerder werd gewerkt met schimmentheater. Terwijl de repetities al liepen, was er nog geen bevredigende oplossing gevonden voor de gewenste projecties. Toen is besloten om hiervoor licht- en mediaontwerper Machiel Kunst in te schakelen.

CUSTOM-MADE

Kunst (1973) volgde de opleiding  Kunst & Technologie aan de AKI  in  Enschede en deed de master Art & Design aan het Rotterdamse Piet Zwart lnstituut. Hij werkt voor festivals en theater- gezelschappen, maar vooral voor beeldend kunstenaars die interactieve installaties met licht maken.  Machiel vertaalt als technisch producent hun concepten naar de benodigde techniek, om zo het gewenste resultaat te bereiken. Hoewel  hij als licht- en mediaontwerper in feite een coproducent is die mede invloed heeft op het esthetische effect van de kunstwerken, blijft hij doorgaans op de achtergrond en wordt zijn bijdrage niet prominent vermeld.

De opdracht van Hotel Modern voor de zogenoemde custom-made builds was allereerst uitdagend omdat er zoveel tijdsdruk op stond: er was nog maar een week tijd om de benodigde lampen te construeren.  Een tweede hindernis was de logistiek: de leverbaarheid van benodigde onderdelen.  Bijvoorbeeld om armaturen op maat te bouwen.  Kunst legt uit: “Voedingen, controles, dat moet allemaal uit China komen en die moet je in grotere hoeveelheden afnemen -dat is prijzig.  En de levertijd is zeker zes weken.”  Hij is gewend inventief te denken en kosten zo beperkt mogelijk te houden en vond de oplossing: reserveonderdelen bestellen en implementeren.

Omdat hij veel met licht werkt,  had hij bovendien een ‘optische bank’ in zijn werkplaats: een reeks lensjes met verschillende modules en eigenschappen, zodat hij snel kon bepalen welke lens hij nodig had voor de te ontwerpen lampen. Maar omdat de geprojecteerde schaduwen helemaal zwart moeten zijn, moest hij ook de chromatische aberratie van het Iicht wegzuiveren. Is dat de reden dat pal voor de lenzen nu correctiefilters zijn bevestigd, om de kleur temperatuur naar beneden te krijgen?

“Ja, voor projectie is een kleurtemperatuur nodig van 9.000 K, dat is meer dan daglicht. Dat kan niet vanuit LED; die is aangepast naar 3.000 K omdat er dan met fosfor moet worden gewerkt om de lichtbron er als halogeen te laten uitzien.  Dat is standaard in het theater, maar dan krijg je in dit geval een onzuiver beeld.”

Ander punt: de lampen moesten zo compact mogelijk zijn, om het toneelbeeld niet te verstoren, Toch moest er ook koeling in geplaatst worden, die -nog een eis –geen geluid mag maken. De technisch producent vond heel kleine ventilatoren die bijna geluidloos zijn. Tot slot moest de apparatuur in elke zaal afspeelbaar zijn: een gezelschap gaat immers toeren met zijn productie.

Dat is gelukt bevestigt vaste lichttechnicus Pablo bevestigt dat: “Ik hoef alleen de intensiteit van het lamplicht in te stellen.  En  natuurlijk de toneellichten.”

ECHT IS BEST

lnventiviteit zit hem zeker niet alleen in techniek,  benadrukt Kunst. “Jongere generaties zoeken de oplossing meestal in nieuwe technologie,  maar ik heb nog zelf foto’s afgedrukt in de donkere kamer en eigenhandig het diafragma van een camera ingesteld. Kennis van hoe beeld tot stand komt, van handmatig werken, dat heeft de computergeneratie nauwelijks nog.  Dat is een blinde vlek bij hen, die ze opvullen met vertrouwen op techniek.  Maar die is vaak duur en omslachtig, terwijl oplossingen vaak veel praktischer en onder handbereik kunnen zijn.”

Als voorbeeld noemt hij net verzoek om een hazy beeld te maken.  “Dan kun je er allerlei dure apparatuur bij halen, maar je kunt ook de damp van een waterkoker gebruiken. Simpel en doeltreffend, en bovendien niet te vervangen met technische middelen.  Het echte is niet te verbeteren.”

Machiel noemt dat ‘de magie van het alledaagse’ –maar die moet je dus wel kunnen herkennen.  Dat sluit overigens aan bij de werkwijze van Hotel Modern: op het podium in real time de voorstelling voor de ogen van het publiek produceren,  inclusief de props.

Dat hij zelf op de achtergrond blijft, vindt Kunst geen probleem: “Ik stel mezelf in dienst van het verhaal dat een kunstenaar of theatermaker wil vertellen.  Door de oplossingen die ik maak, kan dat verhaal verteld worden.  Daar gaat het mij om.”<

NRC 20-02 2025 Het voordeel van poppentheater: ‘Iets in de verbeelding verzacht wat je ziet’

Veel mensen denken dat poppentheater standaard voor kinderen is. Dat klopt niet, poppen kunnen hele werelden laten bewegen en duiden. „Een poppenspeler kan met een klein lapje een hele zaal aan het snotteren krijgen.”

Door: Shira Keller

Bij theatergroep Hotel Modern dansen gele en rode vlammen over het witte achterdoek in de repetitie zaal. In het vuur doemen de schaduwen op van houten palen, met daaraan vastgebonden: bungelende poppetjes in verwrongen houdingen. Beeldend kunstenaar Herman Helle bekijkt vanaf een afstandje hoe de fotograaf het tafereel vastlegt, en grinnikt. „Als je zegt dat je met poppen werkt, denken mensen snel dat het voor kinderen is. Bij veel van onze voorstellingen is het prima om je kinderen mee te nemen hoor. Maar het is geen jeugdtheater. Iemand kwam een keer met haar zesjarige zoontje raai Kamp, onze voorstelling over vernietigingskamp Auschwitz. We hebben toen wel even voorzichtig gevraagd of ze wist waar ze haar kind mee naartoe nam.” Sinds 1997 werkt Hotel Modern, waarvan de nieuwe voorstelling De val van Granada op 6 maart in Theater Rotterdam in première gaat, aan een oeuvre van beeldende theatervoorstellingen met een zeer herkenbaar, eigen signatuur. Vaak maakt de groep – die naast Helle bestaat uit actrices Pauline Kalker en Arlène Hoornweg – gebruik van maquettes, waarin ze poppetjes en objecten laten rondbewegen. Dit wordt met kleine camera’s door de performers zelf gefilmd en op een achterdoek geprojecteerd. Als publiek zie je zo, op het doek, live een animatiefilm ontstaan, en tegelijkertijd kun je op de speelvloer de making of ervan volgen. „De eerste voorstelling die we met z’n drieën maakten was Heden Stad”, vertelt Kalker in het zonnige atelier van het gezelschap, in een pand aan de Rotterdamse Voorhaven. „In die voorstelling wekten we een miljoenenstad tot leven. Daar was onze stijl eigenlijk al heel herkenbaar”, zegt Helle. „Realistische details, gecombineerd met juist heel plompe, rare objecten.” Hoornweg: „Er kwam een prachtige optocht in voor, heel gedetailleerd uitgewerkt, allemaal mensjes. Maar we hadden ook een stokbrood dat een vliegtuig voorstelde. En een banaan, die zelfmoord pleegde door van een flatgebouw af te springen.” Helle: „Maar iedereen gelóófde die stad. Ie ging erin mee.” Kalker: „Als publiek ben je actief betrokken bij het ontstaan van de illusie. Dat maakt dat je erin meegaat. Niet alleen wij blazen leven in zo’n banaan. Als toeschouwer doe je dat voor een groot deel zelf. Met je verbeelding, je herinnering. Het vergt een actieve manier van kijken.” Helle: „Dat is iets magisch, dat je ziet hoe een pop of een object in het hier en nu tot leven komt.” „Dat mechanisme maakt poppentheater ook heel geschikt voor verhalen over de dood”, zegt Kalker. „Over rouw. Omdat je er als toeschouwer in zekere zin zelf leven in blaast, voelt ook het sterven van zo’n pop heel echt.”

Manipulatie

Ook in de muziektheatervoorstelling POPpulisme van Het Filiaal theatermakers, de Gouden Krekelwinnaar van 2023 die dit seizoen opnieuw in de theaters te zien is, spelen niet acteurs, maar poppen de hoofdrol. Anders dan Hotel Modern werkt artistiek directeur en regisseur Monique Corvers juist graag in de eerste plaats voor een jeugdig publiek. „Het is inspirerend om voor kinderen te werken, omdat ze zo goed kijken. Toon vijftig kinderen en vijftig volwassenen dezelfde

voorstelling en laat ze na afloop een lijst opstellen met alles wat ze gezien en gehoord hebben. Je zult zien: de lijst van de kinderen is veel langer.” „Ik wilde een voorstelling maken over manipulatie”, vertelt ze in het atelier van het gezelschap in Utrecht. „En ik dacht al langer na over een voorstelling met alleen maar poppen. Toen de woordspeling ‘pop-pulisme’ me door het hoofd schoot wist ik meteen dat het project over manipulatie poppentheater moest worden. Poppen worden per definitie gemanipuleerd door de acteur die ze bespeelt.” Ook Corvers benadrukt de actieve rol van de toeschouwer bij het tot leven wekken van een pop: „Je investeert in het verhaal met je eigen verbeeldingskracht. Poppen kunnen je om die reden makkelijker inpalmen dan acteurs. Een poppenspeler kan met een klein lapje een hele zaal aan het snotteren krijgen.” Met haar idee, poppentheater over manipulatie, benaderde Corvers schrijfster Eva Gouda. „Zij ging op zoek naar een simpel gegeven waarmee je de werking

van manipulatie inzichtelijk kon maken. Ze bedacht, briljant vind ik, om het stuk te laten draaien om schaduw. Van schaduw weten ook kinderen dat het ‘gewoon bestaat’. Je hoeft je hand maar voor een lamp te houden en je ziet het.”

Gouda’s stuk speelt zich af in een koninkrijk dat bestaat uit een zonovergoten berg en een dal dat het grootste deel van de dag in de schaduw ligt. De dalbewoners (‘dallers’) hebben daar vrede mee. Totdat ene Barrie, een figuur met een blonde kuif, beweert dat de bergers de zon hebben gestolen. Met veel charme en overtuigingskracht zweept hij de dallers op om in opstand te komen. „Barrie ontkent schaamteloos het bestaan van schaduw”, zegt Corvers. „Als een sterrenkundige hem tijdens een optreden in een talkshow wijst op wetenschappelijke bewijzen, doet hij die af als leugens. En zo werkt het. Zo wint een populist elke discussie. Omdat een gemiddelde mens graag wil geloven dat er voor problemen een simpele oplossing bestaat, worden types als Barrie omarmd, hoe absurd hun uitspraken ook zijn.” Ook kinderen zijn er gevoelig voor, zo blijkt. „Er zit een liedje in de voorstelling: ‘Niets is erger dan een berger’. Dat is een soort mix tussen een carnavalskraker en een nazi-lied. Soms gaan alle kinderen in de zaal bij dat lied meeklappen. Dat heeft iets griezeligs. Niet dat het erg is, hè. De wens om mee te willen doen is heel groot, heel wezenlijk. Daar gaat de voorstelling ook over.” Ze wil geen politieke boodschap overbrengen, haast Corvers zich te zeggen: „Ik wil kinderen gereedschap aanreiken waarmee ze naar de wereld kunnen kijken. Zodat zo’n kind zich, als het bijvoorbeeld op tv ziet hoe iemand wetenschappelijke feiten afdoet als leugens, kan afvragen: ‘Is dat misschien ook een Barrie?”’

Inquisitie

Ook de drie performers van Hotel Modern hielden zich voor hun nieuwe voorstelling De val van Granada bezig met het fenomeen schaduw. De val van Granada gaat over de ondergang van het Moorse rijk in Europa. In 1492 maakte de Spaanse Inquisitie met geweld een einde aan een eeuwenlange periode waarin moslims, christenen en joden vreedzaam met elkaar hadden samengeleefd. Het was de glorietijd van de islam in Europa, die nadien rigoureus uit de geschiedenisboeken werd weggegumd. Het idee voor het project kwam van Abdelkader Benali, die het grootste deel van de tekst schreef (ook Helle, Kalker en Hoornweg leverden tekstbijdragen) en die in de voorstelling

optreedt als verteller. „Omdat Abdelkaders tekst al heel veel in detail vertelt, zou het te veel zijn geweest om in beeld ook nog eens alles uit te gaan spelen”, zegt Kalker. „Dus we moesten op zoek naar een andere vorm. Abstracter. Zo kwamen we op het idee van een schimmenspel. Geen camera’s, maar schaduwen. Inhoudelijk past die vorm ook heel mooi. Een schaduw is ‘dat waar geen licht op valt’, in feite maak je een afwezigheid zichtbaar. Dat is natuurlijk prachtig, als je een verhaal vertelt over een verdwenen wereld.”

Perspectieven

Een terugkerend thema in al hun werk, vertelt Kalker, is dat ze in hun voorstellingen spelen met verschillende perspectieven. Letterlijk. „In de voorstellingen waarin we camera’s gebruiken, gebruiken we altijd meerdere camera’s, meerdere kijkrichtingen, verschillende soorten lenzen ook.” In De val van Granada bereikt de groep een vergelijkbaar effect door met verschillende lampen tegelijk te werken, waardoor objecten meer dan één schaduw krijgen. „Dat maakt het beeld diffuser”, zegt Helle, „Minder eenduidig. Interessanter.”

Dat een ander perspectief ook een andere lading kan geven aan de inhoud, ondervond Corvers bij het maken van POPpulisme. „Schrijver Eva Gouda dacht dat ze een komedie had geschreven”, vertelt Monique Corvers, „En dat is het ook, het is een vreselijk grappig stuk. Maar toen we er eenmaal in het repetitielokaal mee aan de slag gingen, werd direct ook de wrange ernst ervan duidelijk.”

De opmars van Barrie heeft, zo valt te voorspellen, catastrofale gevolgen voor zowel de bergers als de dallers. De voorstelling zou ongeloofwaardig zijn geweest als Gouda daar een happy ending aan gebreid had. Dat deed ze dan ook niet. Kinderen hebben daar nooit zo veel moeite mee, vertelt Corvers, „Maar hun ouders soms wel. Kinderen kunnen meer aan dan veel ouders denken. Soms komen volwassenen na afloop van de voorstelling naar me toe”, vertelt Corvers. „‘Maar waar is de hoop?’ vragen ze.” Corvers wijst naar een denkbeeldige tribune. „‘Daar,’ antwoord ik dan.”

De val van Granada van Hotel Modern en Abdelkader Benali. Première: 6 maart in Theater Rotterdam. Daarna op tour t/m 29 mei. Info: hotelmodern.nl

POPpulisme van Het Filiaal. Tekst: Eva Gouda. Regie: Monique Corvers. Poppen: Eva Arends. Op tour t/m 3 mei.

Info: hetfiliaal.nl

Hedayatullah Amid

Hotel Modern speelt een ernstig poppenspel

Zet op de vloer van het theater twee lege vruchtensap- of melkpakken en laat tegen één van de twee een speelgoedvliegtuigje botsen. Film dat moment met een vingercamera, projecteer het op een groot doek en bespeur het effect van angst en huiver in de zaal. Wat er gebeurt, is dit: in de sluimerende herinnering van de toeschouwer komen de aanslagen van 11 september tot leven, en blijkbaar maakt deze primitieve animatie van de twee instortende torens inmiddels méér indruk dan de eindeloos herhaalde en overbekende filmbeelden van dat aangrijpende moment zelf.
Maar het is nog niet alles. Met geboetseerde poppetjes kun je óók een indruk geven van wat er op die bewuste dag in het binnenste van de torens plaatsvond. In hun radeloosheid omklemmen de poppetjes elkaar. Of ze storten zich uit het raam. Of ze doen andere dingen die grote mensen doen als ze in ultieme vertwijfeling verkeren. Het is indrukwekkend, beangstigend, verbijsterend – al blijven het duizendmaal poppetjes.

Dat de kracht van de verbeelding enorm is, dat het menselijke voorstellingsvermogen haast oneindig kan worden opgerekt – er zijn weinig theatergezelschappen die dat zo goed begrepen hebben en die dat telkens weer zo expliciet beproeven als Hotel Modern uit Rotterdam. De productie De Man met Vijf Vingers (seizoen 2004-2005) bevat niet alleen de scène met de WTC-torens, maar ook de tragische lotgevallen van een joodse familie in de Tweede Wereldoorlog en, om de rijkdom aan beelden en het scala aan sferen compleet te maken, ook een fatale ontmoeting tussen een meisje en een eenhoorn. Soms is er vertier, maar steeds is het de dood die zegeviert en die aan het eind zelfs letterlijk, gepersonifieerd, als Dood, de balans komt opmaken – compleet met laptop.

Bij al die verscheidenheid blijft de voorstelling, en dat is kenmerkend voor vrijwel alles wat Hotel Modern maakt, zeer consistent. Levende acteurs en gefilmde beelden, maquettes en rekwisieten op mensenformaat, het bestaat naast elkaar en het vormt niettemin een eenheid. Het sterkst werkt de formule bij de eigen producties. In de twee Shakespeare-voorstellingen die het gezelschap tot nu toe maakte, Macbeth (1999-2000) en Lears Oog (2003-2004), leek het monumentale en vooral verbale bouwwerk van het origineel niet altijd te verenigen met de speelse kleinschaligheid van de uitvoering. In de King Lear-bewerking bijvoorbeeld zaten het spel van de levende acteurs en de geprojecteerde animaties elkaar soms behoorlijk in de weg, waardoor de voorstelling de genoemde consistentie juist miste en weliswaar interessant was op onderdelen, maar minder als geheel.

Hotel Modern werd opgericht in 1997 en bestaat uit een vaste kern van drie theatermakers die per project samenwerken met andere kunstenaars, toneelspelers en componisten. Arlène Hoornweg en Pauline Kalker zijn actrices, beiden afgestudeerd aan de Arnhemse Toneelschool, en Herman Helle maakte naam als beeldend kunstenaar en maquette bouwer. De plaats van Hotel Modern in het Nederlandse theaterlandschap is uitzonderlijk. Weliswaar wordt ook bij andere gezelschappen incidenteel of regelmatig gewerkt met maquettes, animaties en projecties; de Firma Rieks Swarte uit Haarlem bijvoorbeeld timmert al vele jaren aan de weg met zogenaamde “speelgoedvoorstellingen”, waarin tientallen attributen op klein formaat een sfeer van kinderlijke onbevangenheid oproepen. En ook het Onafhankelijk Toneel uit Rotterdam maakt regelmatig (familie)voorstellingen met gebruikmaking van poppen, maquettes en projecties. Het bijzondere van Hotel Modern is dat de gekozen “Madurodam-scenografie” in dienst wordt gesteld van grote, belangwekkende, volwassen thema’s. In de formulering van de groep zelf: “We praktiseren zwarte humor, proberen op een lichte en speelse manier vorm te geven aan zware onderwerpen.”

Zo’n zwaar en beladen onderwerp is bijvoorbeeld de Holocaust – zozeer zelfs, dat het woord “bijvoorbeeld” hier misplaatst lijkt. In de voorstelling Kamp tast Hotel Modern, zo lijkt het, de grenzen af van wat binnen dit type theater nog mogelijk en aanvaardbaar is. De voorstelling, in november 2005 in première gegaan, toont het publiek een dag en een nacht uit het leven – maar vooral uit de dood – in concentratiekamp Auschwitz. Op basis van plattegronden, foto’s en films bouwde de groep het kamp op miniformaat “natuurgetrouw” na. Bij het betreden van het theater wordt de toeschouwer meteen in verwarring gebracht: die barakken, die wachttorens, die wagons, die hekken met prikkeldraad – ze zitten ergens diep weg in het collectieve bewustzijn, en op deze wijze, in drie dimensies tentoongesteld, worden ze ervaren als zeer oncomfortabel.

Op handen en voeten beginnen de drie leden van Hotel Modern over de vloer van het theater te kruipen. Poppetjes van acht centimeter hoog brengen ze tot leven, mensfiguurtjes gefabriceerd van ijzerdraad, klei en zwartwit gestreepte stof. Soms zoomt de camera in op een van die figuurtjes – dat bijvoorbeeld het kamp wil ontvluchten en gruwelijk geëlektrocuteerd wordt in het prikkeldraad; of dat bezwijkt onder de zware arbeid en tergend lang wordt afgeranseld door een bewaker, tot onvermijdelijk de dood erop volgt. Dan weer beweegt de camera naar kartonnen platen vol met poppetjes – de makers van Kamp hebben er duizenden in elkaar geknutseld. Ze komen uit de wagons, ze gaan naar de barakken, naar de gaskamers, de crematoria. Er is geen tekst, er zijn alleen geluiden en soms is er muziek; hier wordt niet geacteerd, hier wordt een ernstig spel gespeeld.

In speelfilms, in documentaires, in boeken heeft de werkelijkheid van Auschwitz duizenden malen zijn neerslag gekregen, vrijwel altijd op een directe, confronterende manier, met weinig ruimte voor de fantasie. In Kamp laten de leden van Hotel Modern elke toeschouwer een eigen “voorstelling” maken van de werkelijkheid. De makers laten niet zien hoe Auschwitz geweest is, maar het publiek stelt zich voor hoe het geweest zou kunnen zijn. Wie er gevoelig voor is, ondergaat het uur dat de makers Kamp laten duren als een uur van innerlijk ongemak en verzet, zij het niet onafgebroken. Want ook de techniek trekt aandacht, het procedé dat Hotel Modern volgt, de manipulaties van de makers. Soms krijgt dat laatste de overhand en raakt het grondbeginsel van de voorstelling verstoord. Aan het eind rest dan ook een gevoel van twijfel – waren het vooral de verschrikkingen van Auschwitz waardoor je als toeschouwer werd geraakt of was het evenzeer de ingenieuze tovenarij van Hotel Modern die je in zijn greep hield?

Op soortgelijke wijze als Kamp maakte Hotel Modern eerder De Grote Oorlog (2000-2001), de productie die het gezelschap definitief op de kaart heeft gezet. En niet alleen van het Nederlandse theaterlandschap: De Grote Oorlog is inmiddels overal in Europa gespeeld en onlangs hernomen met optredens in Polen en Noord-Frankrijk – in de omgeving dus die als het ware aan de basis van de voorstelling ligt. In afwisseling met Kamp wordt De Grote Oorlog ook in 2006-2007 volop gespeeld, zodat het publiek in één seizoen kan ervaren hoe de twee grote oorlogen uit de vorige eeuw in een driedimensionale animatie verbeeld kunnen worden.

In De Grote Oorlog slaagt Hotel Modern erin, beter dan in Kamp, vorm en inhoud te laten samenvallen. Misschien komt dat door het fascinerende tekstmateriaal, onder meer bestaand uit authentieke brieven die de soldaten vanuit de loopgraven naar hun geliefden stuurden, en door het inventieve geluidsdecor van componist Arthur Sauer dat met de teksten en de beelden nu eens een interessant duet, dan weer een verwarrend duel aangaat. Tussen de historische realiteit en de theatrale illusie lijkt nóg minder speling te zitten dan in Kamp. De bomen van peterselietakjes, de regen die uit een plantenspuit komt, het bombardement van rondspetterende sterretjes – de onschuld van deze ingrediënten blijkt een vorm van superieur bedrog en het publiek wordt onhoudbaar meegezogen in een inferno dat de adem beneemt.

De Grote Oorlog is een minuscuul gedenkteken geworden – maar in zijn eenvoud groot – voor de miljoenen soldaten die in 1914-1918 het leven lieten in het vuur en de modder, zoals Kamp de miljoenen slachtoffers herdenkt van het naziregime. Dat Hotel Modern in zijn producties niet alleen de historische, maar ook de eigentijdse betekenis zoekt, blijkt onder meer uit de voorstelling In Exil, in 2005 gemaakt ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig jubileum van het Grand Theatre in Groningen, en in het seizoen 2005-2006 ook elders nog te zien. In Exil gaat over het lange wachten en de klemmende onzekerheid waarmee asielzoekers doorgaans worden geconfronteerd. Over mensen die een heel leven achter zich hebben gelaten, die geen deel vormen van de Nederlandse samenleving, maar die er wel moeten verkeren, in een ongezellig kamertje van twee bij vier.

Wie over Hotel Modern spreekt, neemt al gauw woorden in de mond als “maquettes”, “animaties”, en “projecties”. Inderdaad zijn dergelijke elementen zo ongeveer het handelsmerk van de groep. Maar wat niet vergeten mag worden, is dat Hotel Modern in de eerste plaats voorstellingen maakt met een grote maatschappelijke en politieke importantie. Juist het vermogen boven het technische vernuft en boven de individuele anekdote uit te stijgen bepaalt de uitzonderlijke positie en de hoge kwaliteit van het gezelschap. Hier wordt theater gemaakt dat op een aparte manier tot de verbeelding spreekt, maar daarnaast, en die verdienste is minstens even groot, produceert Hotel Modern voorstellingen die telkens weer tot nadenken stemmen.

ONS ERFDEEL, Jos Nijhof
Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift
49ste jaargang, nummer 9, juni 2006
(p. 433 e.v.)