De Val van Granada
Column van Abdelkader over ons bezoek aan Sarajevo in Trouw
Tussen Granada en Istanbul klopt het spirituele hart van Europa
door Abdelkader Benali
columnist
Gepubliceerd in TROUW op 5 oktober 2026
In het Nationaal Museum van Bosnië en Herzegovina, recht tegenover het hotel waar ik verblijf, ligt een Joods boek uit de veertiende eeuw dat de val van Granada van 1492 heeft overleefd, de Haggadah. Een prachtig kijkobject dat het verhaal van de exodus uit Egypte vertelt. Nadat de inquisitie de Joden verplichtte om zich te bekeren, pakten tienduizenden van hen de koffers en trokken naar het Ottomaanse Rijk, waar de sultan ze met open armen ontving.
In Sarajevo bouwde de Joodse gemeenschap een nieuw huis, met het boek als kloppend hart – het boek dat aan de vernieling was ontsnapt. Helaas kan ik het boek niet bekijken, want het is zondag. Ik loop dan maar naar de oude stad, waar ik neerstrijk in een khan, het pakhuis waar goederen van zo ver als India werden uitgeladen. Ik ben omringd door Turkse toeristen, we drinken Turkse koffie en eten Turks fruit. Uit de ons omringende minaretten klinkt de oproep tot gebed, een man werpt zijn bidmatje uit, een deur verder giet iemand zijn bierglas vol. Dit is mijn Europa.
In Theater Sartr speel ik met Hotel Modern De val van Granada, een voorstelling over de bloei en val van de Moorse beschaving. Een Bosnische kennis had de voorstelling in Nederland gezien en kwam na afloop onthutst naar me toe: “Sarajevo was bijna Granada geweest”. Dat kwam aan. Ik dook in de geschiedenisboeken. Van 5 april 1992 tot 29 februari 1996 was Sarajevo belegerd; ons hotel, het voormalige Olympische hotel van 1984, bevindt zich op sniper lane, waar de scherpschutters nietsontziend schoten op alles wat bewoog. Sarajevo lag onder vuur, maar brak niet. En in dat verzet speelde theater een belangrijke rol.
Ik lees in het boek Anti-war theater in Sarajevo under siege dat met de belegering het theater net zo belangrijk werd als water en voedsel, het theater werd de fabriek waar veerkracht werd gemaakt. Susan Sontag kwam uit New York om hier Samuel Becketts Wachten op Godot te regisseren. In oorlogstijd wordt wachten een vorm van verzet – zolang er theater is, is er leven. Omringd door pessimisme werd teruggevochten met theatrale geste, satire, tragedie, komedie.
Elke stap draagt geschiedenis
In het Oorlogstheater waar het artistieke verzet begon spelen we onze voorstelling, niet ver van de oude stad; om de hoek is een begraafplaats met islamitische graven, het hek draagt het zegel van Salomon. Elke stap draagt geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Haggadah uit Sarajevo gesmokkeld en in veiligheid gebracht bij een islamitische geestelijke die het verborg in de moskee. Tijdens het beleg van Sarajevo werd het manuscript naar de centrale bank gebracht, en weggestopt in een kluis.
Na de inname van Granada gooide de inquisitie duizenden Joodse en Moorse boeken op de brandstapel, duizend jaar aan cultuur ging in vlammen op. De Haggadah ontkwam aan de vernietigingszucht. Voor de mensen hier is Granada een spiegelstad – ze hadden het kunnen zijn maar ze werden het niet, een gevallen stad. Ze hielden het 1425 dagen vol. Het boek kreeg weer lucht.
Links en rechts worden moskeeën door de Turkse overheid opgeknapt, een Bosnische man vertelt me dat Erdogan een gerenoveerde moskee kwam openen. Hij vertelt hoe de Turken alles opknappen wat met het Ottomaanse erfgoed te maken heeft. Tussen Granada en Istanbul klopt het spirituele hart van Europa, Sarajevo.
Abdelkader Benali (1975) is schrijver. In 1996 debuteerde hij met ‘Bruiloft aan zee’, in 2003 won hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman ‘De langverwachte’. Elke week schrijft hij voor Trouw een column. Lees ze hier terug.